Salvatorkerk

 

Bijna 1300 jaar geleden werd binnen de muren van de toen net gestichte bisschoppelijke burcht de Salvatorkerk gebouwd. Hoewel de kerk in 1587 gesloopt is, bleek aan de hand van archeologische en bouwhistorische gegevens en enkele bewaard gebleven tekeningen het mogelijk reconstructies te maken van de verschillende bouwfases die de kerk heeft gekend. Daarbij zijn we geholpen door Jos Stöver die in 1997 gepromoveerd is op de bouwgeschiedenis van de Salvatorkerk.

Op de afbeelding hiernaast is de Salvatorkerk te zien, zoals hij er omstreeks het jaar 1100 zal hebben uitgezien. Links staat het toenmalige bisschoppelijk paleis.


 

Impressie van de bisschoppelijke burcht omstreeks het jaar 1000. Binnen de muren van het voormalige Romeinse castellum stonden in die tijd drie kerken. Van links naar rechts waren dat de tiende-eeuwse Dom van bisschop Balderik, de Heilig Kruiskapel, waarvan een precieze datering vooralsnog onbekend is, en de achtste-eeuwse Salvatorkerk. Tegenover de Salvator stond mogelijk het bisschoppelijk paleis.

Drie van de vier poorten van het vroegere castellum waren in de tiende eeuw (of misschien zelfs al eerder) dichtgezet, waardoor de enige ingang tot de burcht aan de westzijde was te vinden. Daar lag, aan de overzijde van de burchtgracht, ook de handelsnederzetting Stathe. Ten noorden van de burcht en Stathe stroomde de rivier de Rijn, die in die tijd al een belangrijke vaarroute was.


 

De Salvatorkerk omstreeks het jaar 1000 gezien vanuit het noordoosten. Kort daarvóór had bisschop Ansfried (995-1010) het westwerk (de toren rechts) en het schip met zijbeuken laten (ver)bouwen.

 

 

Impressie van het interieur van de Salvatorkerk omstreeks 1000 gezien vanuit het oosten.

 

 

Impressie van de binnenzijde van het schip van de Salavator omstreeks 1000.

 

 

Impressie van de Salavator omstreeks 1000 gezien vanuit het westen. 

 


 

De Salvatorkerk rond het jaar 1100. In het midden van de elfde eeuw was de kerk opnieuw groots verbouwd, ditmaal door bisschop Willem (1054-1076). Zo liet hij een groot oostelijk deel toevoegen, dat bestond uit een transept en een langkoor met zijkapellen. Tijdens de verbouwing werd het westwerk - de toren rechts - met een verdieping verhoogd.

Na de bouw van de nieuwe romaanse Dom van Adelbold, die in 1023 werd gewijd en net ten noorden van de Salvator stond, werd de Salvatorkerk in de volksmond meestal Oudmunster genoemd, wat ‘oude kerk’ betekende.

 

 

 

 

De Oudmunsterkerk omstreeks 1100 gezien vanuit het zuidoosten.

 

Impressie van de binnenzijde van de Oudmunsterkerk omstreeks 1100 gezien vanuit het westen.

 

 

Impressie van de Oudmunsterkerk omstreeks 1100 gezien vanuit het oosten. 

 


 

De bisschoppelijk burcht in het jaar 1200. De nieuwe Dom van Adelbold was opmerkelijk groot. De Salvator, schuin links eronder, viel daarbij dan ook een beetje in het niet. Dat gold zeker voor de vroegmiddeleeuwse Heilige Kruiskapel die tussen deze twee kerken in stond. De Domkerk was aan de westzijde met galerijen verbonden met het bisschoppelijk paleis – het donkergrijze gebouw tegenover Oudmunster – en het keizerlijk paleis Lofen dat ten noorden van het bisschoppelijk paleis lag.

Om voldoende claustrale huizen voor de geestelijken van het Domkapittel en dat van Oudmunster te kunnen bouwen, was het oppervlak van de bisschoppelijk burcht in het midden van de elfde eeuw vergroot. De vaak mooie claustrale huizen hadden grote tuinen, soms zelfs met een boomgaard. Vandaag de dag zijn er nog enkele claustrale huizen, of delen daarvan bewaard gebleven.


 

De Oudmunsterkerk in 1328 ten tijde van de bouw van de Domtoren. Om de plek waar de Domtoren gebouwd mocht gaan worden duidelijk af te bakenen, hadden enkele belangrijke geestelijken in mei 1320 de bouwlocatie precies opgemeten. En om verdere ruzie te voorkomen, waren er heldere afspraken gemaakt tussen het Domkapittel, dat de Domtoren bouwde, en het naastgelegen kapittel van Oudmunster.

Zo zou de Domtoren nooit helemaal aan de - toen nog grotendeels te bouwen gotische Domkerk - mogen aansluiten, omdat de geestelijken van Oudmunster een recht van overpad opeisten naar een huis dat zij in eigendom hadden net ten noorden van de Domkerk.

 

 

De Domtoren tijdens de bouw omstreeks 1328. Bovenop de torenstomp zullen verschillende bouwkranen hebben gestaan en een tijdelijke klokkenstoel met twee klokken.

Tegen het westwerk van de Oudmunsterkerk was inmiddels een school gebouwd. 


 

De kerk van Oudmunster vlak voor de afbraak in 1587. Na de grote elfde-eeuwse verbouwing door bisschop Willem bleef de kerk tot aan de sloop grotendeels hetzelfde. Wel werden er ergens kort vóór het jaar 1346 – dus tijdens de bouw van de naastgelegen Domtoren - twee hoge spitsen op het westwerk gezet. Door de hoge torenspitsen was de verder relatief lage Oudmunsterkerk toch vanuit veel plaatsen in de stad te zien. Omstreeks 1550 werd er ook nog een nieuwe vieringstoren gebouwd.

In 1580 vond in Utrecht de Reformatie plaats, waarbij het openlijk belijden van het katholieke geloof verboden werd. De kerk van Oudmunster was één van de eerste kerken die daarop gesloopt werd.

De contouren van de kerk zijn met zwarte steen op het huidige Domplein aangegeven. 


   

Op de stadsplattegrond van Braun en Hogenberg uit omstreeks 1570 is de Salvator- of Oudmunsterkerk afgebeeld met twee hoge gotische torenspitsen.

Schuin rechts daaronder, met het rode dak, staat het bisschoppelijk paleis. Het keizerlijk paleis, dat er links van stond, was toen al meer dan drie eeuwen uit het straatbeeld verdwenen.

 

 

 

(Afbeelding: Het Utrechts Archief)