Nieuw!

Ga naar bouwdomtoren.nl/3dtour en doe de interactieve tour door het verleden van het Utrechtse stadhuis!

Stadhuis van Utrecht

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Uit archeologische onderzoek is gebleken dat de plaats van het huidige stadhuis al aan het begin van de negende eeuw door mensen werd gebruikt. In die tijd bestond Utrecht uit de handelsnederzetting Stathe op de zuidelijke oever van de Rijn. Al in de Romeinse tijd was de Rijn een belangrijke vaarweg en grens, die bewaakt werd door wachttorens en forten, waarvan er een op het huidige Domplein kwam te staan. De Romeinen vertrokken aan het eind van de derde eeuw, maar in 695 kreeg de zendeling Willibrord het voormalige castellum toegewezen om vanuit daar de Friezen tot het christelijk geloof te bekeren. Kort daarop bouwden handelslieden op de oever van de rivier de nederzetting Stathe. Gezien de gevonden archeologische sporen hoorde dus ook het gebied van het stadhuis bij de nederzetting, al stonden er waarschijnlijk geen huizen maar enkele schuurtjes.


 

Niet lang nadat Utrecht in 1122 stadsrecht kreeg, werd er ter plaatse van het huidige stadhuis een groot stenen huis gebouwd. De voorzijde daarvan was echter nog wel op de oude loop van de Rijn gericht, al was de rivier in die tijd niet goed bevaarbaar meer. De vorm van het huis, dat de naam Lichtenberg kreeg, is nog steeds terug te zien in de grote negentiende-eeuwse hal van het huidige stadhuis. Eronder ligt zelfs nog de oorspronkelijke twaalfde-eeuwse kelder. Net ten westen van Lichtenberg stroomde de Oudegracht, die kort na 1122 is gegraven. Waarschijnlijk was dit deel van de gracht al ouder en werd het gebruikt als insteekhaven in de richting van de huidige Maartensbrug bij de Dom.


 

Tijdens een grote stadsbrand in 1253 raakte Lichtenberg beschadigd. De eigenaren herstelden het en maakten het nóg groter en mooier. Ook werd de voorgevel vanaf dat moment op de Oudegracht gericht. Het nieuwe Lichtenberg werd zo een van de grote weerbare huizen aan de gracht, die ook wel 'stadskastelen' worden genoemd. Nog bestaande voorbeelden daarvan zijn onder meer Oudaen, Fresenburg en Drakenburg. Al deze huizen werden in de dertiende eeuw gebouwd en bewoond door rijke patriciërsfamilies. Zo woonde in Lichtenberg een zeer invloedrijke familie: de Lichtenbergers. Sommige leden daarvan schopten het zelfs tot burgemeester.

In de dertiende eeuw werd net ten noorden van Lichtenberg het huis Klein Lichtenberg gebouwd. Aan de andere kant, de zuidzijde, kwam een poortgebouw te staan: Hasenberg. In diezelfde tijd werd het gehele terrein naast Lichtenberg volgebouwd. Links van Klein Lichtenberg kwam De Gulden Arent met daarnaast Nijenborch, Leeuwenstein, De Ster en helemaal op de hoek van de Ganzenmarkt het imposante Keizerrijk.


 

In 1343 werden de schepenen, de rechters van de stad, in Hasenberg gehuisvest. En daarmee kwam voor het eerst een deel van het stadsbestuur naar de plek van het huidige stadhuis. In het schepenhuis werden de vonnissen geveld over de Utrechtse burgers. Zo nodig konden de veroordeelden worden opgeborgen in de gevangenis in de kelder van het naastgelegen Vleeshuis. Omstreeks 1520 werd Hasenberg grondig verbouwd en kreeg het een prachtige gotische gevel versierd met beeldhouwwerk en leeuwen met vanen. Het ontwerp was van Dombouwmeester Claes Mertensz.


 

In 1537 werd Lichtenberg door de stad opgekocht. Keizer Karel V, die in 1528 de macht in Utrecht had overgenomen, wilde namelijk het stadsbestuur – raad en schepenen – bij elkaar hebben. Daarop verhuisde de toenmalige raad van het Schoonhuis, dat stond naast de huidige bibliotheek, naar Lichtenberg. Karel V wilde echter dat Groot en Klein Lichtenberg en Hasenberg zouden worden verbouwd tot één groot nieuw stadhuis. De stad vond de kosten daarvan te hoog en bovendien moest dan ook het net zo mooi verbouwde Hasenberg alweer worden afgebroken. En hoewel Lichtenberg in 1537 inderdaad door de stad werd aangekocht, zou de grote verbouwing nog enige tijd op zich laten wachten.

Pas nadat Karel V in 1545 Utrecht had bezocht en waarschijnlijk enige pressie had uitgeoefend, werd er met de verbouwing begonnen. Willem van Noort ontwierp een prachtig renaissance stadhuis. De gevel van Hasenberg werd teruggelegd, waarna het een mooie renaissancegevel kreeg. Maar de bouw van de gehele gevel werd nooit gerealiseerd. De huizen Lichtenberg bleven namelijk grotendeels gotisch, al kregen ze wel wat renaissance details, zoals een balkon waar de raadsbesluiten en de vonnissen van de schepenen bekend werden gemaakt.

In 1647 werd het stadhuis vergroot en kreeg het nieuwe deel aan het Oudkerkhof een classicistische gevel, naar de mode van de dag.


 

 

In 1830 werden de huizen Lichtenberg en Hasenberg op enkele muren na gesloopt om plaats te maken voor een nieuw neoclassicistisch stadhuis dat was ontworpen door stadsarchitect J. van Embden. De grote hal werd de vestibule waar de Utrechtse bevolking binnenkwam om bijvoorbeeld de geboorte van een kind aan te geven. Tijdens de Franse bezetting waren veel nieuwe zaken geïntroduceerd, zoals de burgerlijke stand, de dienstplicht, het burgerlijk wetboek en het wetboek van strafrecht. Aangezien koning Willem I na 1815 veel van deze zaken handhaafde, waren er veel meer ambtenaren nodig. Er moest zodoende dus ook een grotere behuizing komen.

In 1823 gaf het toenmalig stadsbestuur de opdracht voor de bouw van een nieuw stadhuis. Het ging daarbij aanvankelijk alleen om het voorste deel aan de Stadhuisbrug. In 1846 werd het nieuwe stadhuis uitgebreid. En toen dat af was, konden gedurende een korte periode vrijwel alle stedelijke ambtenaren daar een werkplek vinden. In de jaren daarop steeg het aantal inwoners van Utrecht echter van 45.000 tot ruim 100.000 om in 1930 zelfs op te lopen naar 150.000. De uitbreiding van taken en werkzaamheden veroorzaakte opnieuw ruimtegebrek. Aan het begin van de twintigste eeuw werden de huizen ten noorden van het stadhuis opgekocht en erbij getrokken. In 1940 werd het toen nieuw gebouwde Burgerzaken aan de Korte Minrebroederstraat eraan toegevoegd.

In 1999 werd begonnen met een grote verbouwing naar een ontwerp van de Spaanse architect Enric Miralles.