Het ontwerp gewijzigd (1364-1370)

Domtoren 1328  

Na 1360 werd er begonnen aan de bouw van de voet van de lantaarn, maar kort daarop kwam het werk aan de Domtoren enige tijd stil te liggen. Dat kwam waarschijnlijk doordat er scheuren waren geconstateerd in het muurwerk boven de noordelijke en oostelijke open nissen van het tweede vierkant. Uit angst dat het tweede vierkant verder zou scheuren als de geplande grote open spits met zware hoektorens zou worden gebouwd, werden de plannen gewijzigd.


scheuren

 

De muurdelen boven de open nissen zijn kwetsbare onderdelen van de Domtoren. Dat komt doordat de vier afzonderlijk oprijzende hoekpijlers van het tweede vierkant alleen aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden. Door een kleine verzakking of verschuiving tussen de vier pijlers zal het metselwerk boven de open nissen als eerste gaan scheuren. Mogelijk had de zware storm van 1362 de scheuren in het bouwwerk veroorzaakt.

 


Domtoren 1370

 

De Domtoren hoorde bij het derde ontwerpplan van de gotische Dom. Dit plan, dat tussen 1315 en 1320 uitgewerkt werd, bestond uit een kathedraal met een hoge vrijstaande toren. De ruimte die tussen toren en kerk overbleef, was bedoeld om de kanunniken van het naastgelegen kapittel van Oudmunster doorgang te verlenen naar een van hun huizen ten noorden van de Domkerk.

 


muntje Bouwtekening Freiburg

 

 

In het oorspronkelijke ontwerp had de Domtoren een hoge open natuurstenen spits die zonder gewelf uit de achtkantige lantaarn oprees. Mogelijk was de spits van de kathedraaltoren in het Duitse Freiburg im Breisgau als voorbeeld gebruikt. De spits in Freiburg was in 1320 weliswaar nog niet gebouwd, maar waarschijnlijk had de Utrechtse bouwmeester de bouwtekening, hiernaast afgebeeld, daarvan al wel gezien.


Open Spits

 

3D-reconstructie van het oorspronkelijke ontwerp van de Utrechtse Domtoren met hoge open spits. De toren was in dit geval ongeveer 126 meter hoog geweest en was daarmee aan het eind van de veertiende eeuw de hoogste kerktoren van Europa geweest. Om de lantaarn met hoge spits voldoende steun te geven en om een goede architectonische eenheid te verkrijgen, moesten er ook vier hoge massieve hoektorens worden gebouwd. Het gevaar dat deze zware hoektorens het tweede vierkant verder hadden doen scheuren, heeft de bouwers waarschijnlijk doen inzien dat het beter was de spits maar niet te bouwen.


Open Spits kleurbinnenkant open spits

 

Bovenaanzicht van de reconstructie van de hoge open spits van de Domtoren.

En zo zou de Domtorenspits er hebben uitgezien vanaf de bovenste omgang… 


©het Utrechts Archief

 

Ergens in de jaren zestig van de veertiende eeuw werd het ontwerp aangepast. De toren kreeg nu een veel lagere houten kap. Om het brandgevaar tegen te gaan, werd er nu wel een gewelf in de toren aangebracht. Zou de houten kap door een blikseminslag vlam vatten, dan konden de brandende delen nu niet meer naar beneden de toren in vallen. In het nieuwe ontwerp was de toren ongeveer 14 à 15 meter lager dan aanvankelijk de bedoeling was. Maar doordat het opgaande steenwerk nu bijna tot bovenaan doorging, kreeg de toren een veel robuuster uiterlijk…

(De afbeelding is een detail van een tekening van Pieter Saenredam uit 1636, bron: Het Utrechts Archief)