Het tweede vierkant 1356-1364

Domtoren 1328  

Omstreeks het midden van de veertiende eeuw was de grote houten klokkenstoel van de Domtoren gereed en nadat de klokken erin waren opgehangen, konden de omringende muren van het tweede vierkant worden opgetrokken.


muntje Jan van Arkel

 

 

 

 

Ook voor de bouw van het tweede vierkant met z'n 3 meter dikke muren waren honderdduizenden bakstenen nodig. Er zullen dan ook in deze tijd regelmatig zwaar beladen schepen met baksteen bij de Maartensbrug hebben afgemeerd om gelost te worden.

De bakstenen werden vervolgens naar de bouwplaats gebracht en opgetakeld, waarna ze werden verwerkt door de metselaars. Zij deden hun werk vanaf steigers die waarschijnlijk rustten op de eerste omgang.

Ondertussen hakten de steenhouwers in de bouwloods de hoekblokken en andere natuurstenen onderdelen van de toren op maat. Als de stenen klaar waren, werden ze met een steenschaar omhoog getakeld en op de juiste plaats gezet. 


Domtoren 1350

 

De gotische Domkerk omstreeks het midden van de veertiende eeuw. Het onderste deel van het koor was al gebouwd maar de plek waar later de lichtbeuk moest komen was nog afgesloten met een tijdelijke kap.

De Domtoren was tot halverwege het tweede vierkant gevorderd. De klokkenstoel, die als een min of meer zelfstandige toren binnen het tweede vierkant kwam te staan, was al klaar en de klokken waren erin opgehangen.


stookplaats

 

Tot in het begin van de jaren vijftig van de veertiende eeuw stond de bouw van de gotische Dom onder leiding van bouwmeester Jan van Henegouwen.

In maart 1356 was er echter een wisseling van de wacht en werd de Brabander Godijn van Dormael aangesteld als bouwmeester. Zijn werkzaamheden en verantwoordelijkheden stonden gedetailleerd opgesomd in een contract dat tussen hem en het Domkapittel werd gesloten. Aangezien Godijn geen Latijn kon lezen, werd het deel waarin zijn werkzaamheden waren opgenomen in het Nederlands geschreven.

Hier een deel van het contract dat behoort tot de collectie van Het Utrechts Archief. Het is het enige contract van een Utrechtse Dombouwmeester dat bewaard is gebleven.


maquette torenwachter

 

Godijn van Dormael was vóór dat hij in Utrecht werd aangesteld de bouwmeester van de enorme Sint-Lambertus kathedraal in Luik. Vanaf 1343 had hij zich vooral beziggehouden met de bouw van de westelijke kathedraaltorens, links op deze gravure. Het Domkapittel haalde met Godijn dus een ervaren bouwmeester én torenbouwer in huis. Dat kwam goed uit, want in de komende jaren stond vooral het afmaken van de Domtoren op het programma.

Vier jaar na zijn aanstelling zou Godijn weer terugkeren naar Luik om daar verder te werken aan de Lambertus kathedraal. Het Domkapittel moest toen dus weer op zoek naar een nieuwe bouwmeester.


torenwachter

 

Het is niet duidelijk tot wanneer Godijn van Dormael de bouw van de Domtoren heeft geleid. Waarschijnlijk heeft hij het tweede vierkant helemaal afgemaakt, waarna er onder zijn leiding nog een begin is gemaakt met een deel van de voet van de lantaarn. Het zuidwestelijk deel van de lantaarnvoet is namelijk iets anders versierd dan het noordoostelijke deel.


Domtoren 1370

 

Waarschijnlijk kwam het werk aan de Domtoren in de jaren kort na 1360 enige tijd stil te liggen.Dat kwam waarschijnlijk door constructieve problemen die tijdens de bouw van de toren waren ontstaan, al zal daarbij ook het uitbreken van de pest in 1359 en 1368 een rol kunnen hebben gespeeld. 

Tot omstreeks 1370 zou de toren met zijn twee hoge vierkanten dan ook onveranderd boven de omliggende huizen en kerken uitsteken. Gelukkig was de klokkenstoel al in bedrijf, zodat hij al wel als klokkentoren van de Utrechtse kathedraal gebruikt kon worden.   


Domplein 1382

 

De gotische Domkerk omstreeks 1360. Het tweede vierkant van de toren was gereed en er was al een begin gemaakt met de voet van de lantaarn.

Het werk aan het koor van de kerk had in de voorafgaande jaren geheel stilgelegen, maar kort daarop zou begonnen worden aan de hoge open muren van de lichtbeuk. Zowel het schip als het transept van de kerk waren in deze tijd nog romaans en dateerden uit de vroege elfde eeuw.