De tweede bouwcampagne 1345(?)-1356

Domtoren 1328  

Nadat de bouw aan de Domtoren in 1328 stil kwam te liggen, stak de onaffe torenstomp jarenlang onveranderd boven de naastgelegen kerken en huizen uit.

Om hem in de tussentijd toch als klokkentoren te kunnen gebruiken, werd er een tijdelijke klokkenstoel op geplaatst met twee klokken.

Hoewel er aan de toren niets veranderde, lag de bouw aan de Domkerk zelf niet stil. Daar werd in de jaren na 1328 vooral gewerkt aan het koor.


muntje Jan van Arkel

 

 

 

 

In 1928 werd er in de vloer van de zogeheten Egmondskapel een muntje gevonden met de afbeelding van bisschop Jan van Arkel (1342-1364). De munt zat op de plek waar ooit de tweede bouwcampagne moet zijn begonnen. De bouw kon dus niet eerder zijn hervat dan het moment waarop het muntje was geslagen.

Aangezien Jan van Arkel pas in mei 1343 voor het eerst in de stad arriveerde, zal het muntje niet van daarvóór zijn geweest. Bovendien is het aannemelijk dat de start van een dergelijke grote bouwcampagne aan het begin van een bouwseizoen plaatsvond. De bouw aan de toren zal dan ook waarschijnlijk niet vóór maart 1344 zijn hervat.

De munt zal overigens niet zomaar in het metselwerk terecht zijn gekomen, maar als bouwoffer om de werkzaamheden en het bouwwerk geluk toe te wensen. 


Domtoren 1350

 

In de eerste jaren van de tweede bouwcampagne werd er hard gewerkt, zodat omstreeks 1350 het eerste vierkant van de toren klaar was.

Het vrij massief aandoende bouwdeel bestond uit een onderdoorgang met twee daarboven gelegen verdiepingen. Op de eerste verdieping was al sinds 1328 de Michaëlskapel te vinden. De bovenste verdieping, die later de naam Egmondskapel kreeg, zal omstreeks het midden van de veertiende eeuw als woning van de torenkoster zijn ingericht.

Nadat het eerste vierkant was afgerond, kon er worden begonnen aan de voet van het tweede vierkant, waartussen de grote klokkenstoel kwam te staan. 


stookplaats

 

Dat de torenkosterswoning al in het oorspronkelijke ontwerp van de toren was opgenomen, blijkt uit verschillende voorzieningen die al tijdens de bouw van de Domtoren zijn aangebracht.

Zo was er een privaat (plee) op de eerste gaanderij, waarvan de afvoer door het mestelwerk naar beneden liep en ondergronds loosde in een beerput. Binnen in de toren was een haard aangebracht, waarvan het rookkanaal eveneens in de muur was opgenomen. De haard was echter veel te klein om de grote, hoge ruimte van de Egmondskapel te kunnen verwarmen. De bouwmeester ging er tijdens het maken van het ontwerp dus van uit dat die stookplaats voor een kleinere ruimte was bedoeld.

De muren van de torenkosterswoning waren grotendeels van hout. Niet alleen waren houten huizen in de veertiende heel gewoon, maar een houten woning was waarschijnlijk wel zo comfortabel in de verder zo koude bakstenen toren.


maquette torenwachter

 

In de archiefstukken wordt de torenkosterswoning vaak genoemd, maar hoe hij er tot in detail heeft uitgezien, is niet bekend. Dat komt doordat de woning tijdens de grote restauratie van de toren in 1916 is gesloopt zonder dat er opmetingstekeningen of foto's van gemaakt zijn.

Toch zijn er wel een paar bronnen die iets over de woning vertellen. Eén daarvan is een maquette uit 1838 waar ook het interieur in was opgenomen. De maquette behoort nu tot de collectie van het Centraal Museum Utrecht en is daar op het moment te bekijken.

Verder zijn er nog wat negentiende-eeuwse tekeningen bewaard gebleven, die iets over de indeling van de woning zeggen. 


torenwachter

 

Aan de hand van de verschillende bronnen en de sporen die nog in de toren aanwezig zijn, hebben we een 3D-reconstructie van de torenkosterswoning kunnen maken. Het gaat om een impressie van de woning in zijn zestiende-eeuwse en latere gedaante.

Links is de slingerkast te zien van het toenmalige uurwerk. De deur onder, rechts van het trapje, leidde naar de huiskamer en een kamertje met bedstede waar ook de oorspronkelijke haard was te vinden.  


torenwachter 

 

De torenkosterswoning gezien vanuit het oosten met in het midden van de westmuur de grote slingerkast van het uurwerk. Erg licht zal het in dit deel van de woning niet geweest zijn, want er kon maar weinig daglicht binnenvallen.

Beneden is nog het hekje te zien dat rondom het hijsluik stond. Door dat luik kon met behulp van een windas allerlei goederen de toren in worden gehesen. 


Domplein 1382

 

In het begin van de jaren vijftig van de veertiende eeuw werd de grote houten klokkenstoel gebouwd, die als een eigen losstaande toren bovenop het eerste vierkant stond. Pas nadat de klokkenstoel gereed was en de klokken er in waren opgehangen, zullen de omringende muren van het tweede vierkant zijn opgetrokken.

Voordat het zover was, moet de in aanbouw zijnde toren er een beetje hebben uitgezien als de hedendaagse Buurtoren. De veertiende-eeuwse Domtoren bood echter slechts voor korte periode een dergelijke aanblik. Omstreeks 1355 waren de muren van het tweede vierkant al zover gevorderd, dat de klokkenstoel nauwelijks meer zichtbaar was.


Buurkerk

 

Aan de bouw van de gotische Buurtoren werd in 1370 begonnen. Het was de bedoeling dat hij net als de Domtoren zou worden afgesloten met een hoge achtkantige lantaarn van natuursteen. Met dat verschil dat de lantaarn van de Buurtoren bovenop het eerste vierkant zou komen en niet op de tweede, zoals bij de Domtoren het geval was. 

Omstreeks 1400 werd er nog hard gewerkt aan de lantaarn maar vijf jaar later kwam het werk stil te liggen en werd de inmiddels gebouwde voet van de lantaarn afgesloten met een tijdelijke houten spits.

De bouw aan de toren zou echter nooit meer worden hervat, waardoor de houten noodspits van 1405 nog steeds bovenop het eerste vierkant van de toren staat.

Omstreeks het midden van de veertiende eeuw zal de Domtoren er ook zo hebben uitgezien. Voor even dan...


Domplein 1382

 

 

De Dom omstreeks 1355 met rechts de Domtoren met klokkenstoel en links het in aanbouw zijnde gotische koor, dat toen werd afgesloten met een tijdelijk kap. Aan de noordzijde van het koor staan al enkele nieuwe gotische kapellen.

Het middelste deel van de kerk, waaronder het transept en het schip, bestond in die tijd nog uit bouwdelen van de elfde-eeuwse romaanse Dom van bisschop Adelbold.