De bouw van het fundament 1320-1321

©Daan Claessen Gemeente Utrecht   Op de plaats waar in 1321 werd begonnen met de bouw van de Domtoren, stond al een ouder torengebouw. Het was het poortgebouw van de grote romaanse Dom van bisschop Adelbold II waaraan in 1015 was begonnen. In het begin van de veertiende eeuw was het torengebouw deels ingestort en daardoor niet goed bruikbaar meer. Tussen juli 1320 en juni 1321 werd het gesloopt, om plaats te maken voor een nieuw gebouw: de Domtoren.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Voor de Domtoren moest er een enorme bouwput worden aangelegd. Daarvoor moest al gauw zo’n 2.900 kubieke meter aan grond en puin worden opgetakeld en verplaatst. Aangezien er in die tijd ongeveer 1 kuub op een kar kon worden geladen, waren er dus al gauw zo'n 3.000 karrenvrachten nodig om de aarde en het puin af te voeren.

Tijdens de aanleg van de diepe bouwput konden de naastgelegen gebouwen gemakkelijk verzakken of instorten. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat de put in een keer is uitgegraven. Om het instortingsgevaar tot een minimum te beperken, zal de aanleg in verschillende vakken zijn verdeeld. Wanneer een gegraven vak diep genoeg was, werd er snel een bakstenen bodem en zijkant in gemetseld. Was dat klaar, dan kon met het volgende vak worden begonnen. 


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Uiteindelijk ontstond op die manier een grote bakstenen kuip waarbinnen de metselaars veilig konden werken. Eerst zullen zij de muren van de verschillende kelderruimtes en de bijbehorende tongewelven hebben gemetseld. Waarna de ruimte die overbleef tussen de keldermuren en de buitenmuren van het fundament zal zijn opgevuld. Zo ontstond er een stevige bakstenen voet die de zware, hoge toren moest dragen.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Al sinds de elfde eeuw was er een galerij die op 7 meter hoogte het toenmalige bisschoppelijke paleis verbond met de romaanse Dom. Over die galerij kon de bisschop vanuit zijn paleis naar de kathedraal lopen zonder dat hij zich hoefde te begeven tussen de gewone mensen. Onderweg kwam hij langs het romaanse torengebouw waar hij een bezoek kon brengen aan de Michaëlskapel, die daar sinds de dertiende eeuw voor hem was ingericht.

Ook in de nieuw te bouwen Domtoren kwam een bisschoppelijke Michaëlskapel. En aangezien deze bereikbaar bleef vanaf de oude galerij, moest die dus blijven bestaan. Omdat de vloerbalken van de galerij op het oude gebouw steunden, werden deze vlak voor de sloop van het oude torengebouw tijdelijk gestut. Zodra de nieuwe toren hoog genoeg was om de balken te kunnen dragen, werden ze daarin aangebracht. De galerij is allang verdwenen, maar aan de zuidzijde van de Domtoren zijn nog steeds de balkgaten te zien.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Doorsnede van het fundament van de Domtoren met kelder. Voor het metselen van het ongeveer 23 x 23 x 5,5 meter grote fundament zullen ruim 700.000 bakstenen nodig zijn geweest.